Onderwerp menu

Forum: Weegclub
Subforum: Vragen, tips, en opmerkingen
Onderwerp: vorige :: volgende

Advertentie



Filter Onderwerp

Berichten van afgelopen:

 

Volgorde:

 

Advertentie

Wat mag ik hier?

Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
Je mag geen reacties plaatsen
Je mag je berichten niet bewerken
Je mag je berichten niet verwijderen
Ja mag niet stemmen in polls

*Als je inlogd mag je meer.



Advertentie

Cadeau omgeving kerst 2014

Verzadigd vet GOED of FOUT??????

Auteur Bericht
Vrouw   Spookje-mazzeltof
Weegclubfan voor het leven
Weegclubfan voor het leven


Geregistreerd op: 16-11-2008
Berichten: 5514
Dieet: Gezond eten bewegen en letten op Kcal en Koolhydraten


  Reageer met quote
"Ik denk dat verzadigd vet goed is voor je"

Niet waar. In onderzoeken is overtuigend aangetoond dat het eten van veel verzadigd vet het slechte cholesterolgehalte in het bloed (LDL) verhoogt. Een te hoog cholesterolgehalte kan de kans op hart- en vaatziekten vergroten.

In de media wordt wel eens onderzoek aangehaald waaruit zou blijken dat verzadigd vet de kans op hart- en vaatziekten niet verhoogt. Op deze studies is veel kritiek gekomen door gevestigde wetenschappers. In deze studies is namelijk niet goed gekeken wat de deelnemers in plaats van verzadigd vet aten. Als je in plaats van producten met verzadigd vet kiest voor producten met onverzadigd vet, dan verlaagt dat inderdaad de kans op hart- en vaatziekten. Het is onduidelijk of verzadigd vet vervangen voor suikers effect heeft op hart- en vaatziekten.

Hoeveel verzadigd vet mag je eten?

Er wordt in Nederland en vele andere landen aangeraden om niet meer dan 10% van je dagelijkse energie uit verzadigd vet te halen. Voor een volwassen vrouw die 2.000 kcal per dag eet, betekent dit maximaal 20 gram per dag. Een croissant bevat bijvoorbeeld 4,4 g verzadigd vet en een plak 48+ kaas 5,9 g.

Verzadigd vet: waar zit het in?
Verzadigd vet komt voor in dierlijke en plantaardige producten. Dierlijke producten, zoals vlees, melkproducten en kaas, bevatten meestal meer verzadigd vet dan plantaardige producten, zoals olie en noten. Verzadigd vet komt daarnaast voor in pakjes harde margarine en bak- en braadvet in een wikkel.

Veel voedingsmiddelen bevatten ook verzadigd vet zonder dat dat meteen zichtbaar is. Het vet is als het ware in het product 'verborgen'. Het gaat dan bijvoorbeeld om koek, gebak, snacks en zoutjes.

Minderen met verzadigd vet
Hoe zorg je dat je minder verzadigd vet binnenkrijgt? Eet weinig vet vlees, vette zuivel, koek, gebak en hartige snacks en neem in plaats hiervan producten rijk aan onverzadigd vet zoals zachte halvarine en margarine, olie (zoals zonnebloemolie en olijfolie), vette vis, noten en avocado.


Tip:
Hoeveel verzadigd vet bevat een product?

In de Eettabel zie je van meer dan 1700 veelgebruikte producten hoeveel verzadigd vet ze bevatten. Kijk en vergelijk!

Verzadigd vet
Verzadigd vet is een soort vet die bekend is door de ongunstige gezondheidseffecten. Zo verhoogt verzadigd vet het slechte cholesterol. Op die manier vergroot verzadigd vet het risico op hart- en vaatziekten. Verzadigd vet komt vooral voor in harde pakjes margarine en bak- en braadvet in een wikkel.

Veel voedingsmiddelen bevatten verzadigd vet zonder dat dat meteen zichtbaar is. Het vet is als het ware in het product Ďverborgení. Het gaat dan bijvoorbeeld om volvette kaas (48+), worst, vet vlees, vollemelkproducten, koek, gebak, snacks en zoutjes.

De scheikundige structuur van verzadigd vet kenmerkt zich door het ontbreken van een dubbele binding in de vetzuren.

Verzadigd vet is een type vet. Verzadigd vet komt zowel voor in dierlijke als plantaardige producten. Wel bevatten dierlijke producten (vlees, melkproducten, kaas) meestal meer verzadigd vet dan plantaardige producten (olie, noten). Verzadigd vet komt vooral veel voor in pakjes harde margarine en bak- en braadvet in een wikkel.

Veel voedingsmiddelen bevatten ook verzadigd vet zonder dat dat meteen zichtbaar is. Het vet is als het ware in het product ďverborgenĒ. Het gaat dan bijvoorbeeld om volvette kaas (48+), worst, vet vlees, vollemelkproducten, koek, gebak, snacks en zoutjes.

Gezondheidseffecten

Verzadigd vet heeft een ongunstig effect op het cholesterolgehalte in het bloed. Verzadigd vet verhoogt namelijk het slechte LDL-cholesterol en daarmee het risico op hart- en vaatziekten. Hoewel sommige soorten verzadigd vet slechter zijn dan andere, wordt hierin geen onderscheid gemaakt.

Eten hoeft geen verzadigd vet te leveren. Het lichaam kan namelijk zelf verzadigde vetzuren aanmaken, bijvoorbeeld uit suikers en andere vetten. Verzadigd vet heeft het lichaam niet nodig als voedingsstof, maar het lichaam maakt verzadigd vet aan als energiereserve of bescherming van de organen.

Eten bevat echter altijd verzadigd vet: het is onmogelijk om gťťn verzadigd vet binnen te krijgen. 10 energieprocent verzadigd vet is het laagste aandeel dat mogelijk wordt geacht in het Nederlandse eetpatroon.

Deze hoeveelheid is te halen wanneer minder vette productvarianten (magere zuivel, mager vlees en magere vleeswaren) worden gekozen en wanneer niet te veel chocolade, koek, gebak, snacks en zoutjes worden gegeten, zoals te zien is aan het voorbeeldmenu.

Maximaal 10 energieprocent per dag wil zeggen: niet meer dan ongeveer 28 gram verzadigd vet per dag voor mannen en ongeveer 22 gram voor vrouwen. Voor babyís tot een half jaar geldt 25 energieprocent, voor kinderen tot 4 jaar geldt een geleidelijke overgang naar 10 energieprocent.

Om minder verzadigd vet binnen te krijgen, is het belangrijk minder levensmiddelen te consumeren waar vet in zit met een ongunstige vetzuursamenstelling. Ongunstig wil zeggen dat het vet zowel verhoudingsgewijs als absoluut veel verzadigd vet bevat. Vaak kunnen deze producten worden vervangen door producten met een gunstige vetzuursamenstelling, die veel onverzadigd vet en weinig verzadigd vet bevatten Vervang bijvoorbeeld harde smeerboter door de zachte variant.

Wanneer 5% van de calorieŽn in plaats van uit verzadigd vet uit onverzadigd vet komt, vermindert dat de kans op hart- en vaatziekten met ongeveer 20%. Vervangen van verzadigd vet door koolhydraten heeft geen, of mogelijk zelfs een ongunstig effect op het risico van hart- en vaatziekten.


[b]Verzadigd vet

Verzadigd vet is een soort vet die bekend is door de ongunstige gezondheidseffecten. Zo verhoogt verzadigd vet het slechte cholesterol. Op die manier vergroot verzadigd vet...

Vetten
Vet is een bron van energie, vitamine A, D en E en essentiŽle vetzuren. Bij een gezond eetpatroon komt tussen de 20 en 40% van de energie uit vet. Om de kans op...

Vleeswaren
Vleeswaren zijn bewerkte producten van vlees die vaak gesneden in plakken op de boterham worden gegeten. Vleeswaren kunnen rauw, gekookt, gebraden, gedroogd of gerookt zijn.

Kokos en kokosvet
Kokos of kopra is het gedroogde vruchtvlees van de kokosnoot. Kokosnoot is eigenlijk geen noot, maar een steenvrucht. De vrucht bestaat uit vier lagen: kokosvezel, de schil,...
Encyclopedie
Roomboter
Boter is een smeerbaar vet dat grotendeels bestaat uit afgeroomd melkvet, dus room, en een beetje water. Het staat bekend onder de naam roomboter. Soms staat er grasboter...

Cholesterol
Cholesterol is een noodzakelijk onderdeel van de celmembraan (omhulsel van een cel), hormonen en gal. Het is ook een bouwstof voor het zenuwstelsel en sommige hormonen. Het...

Transvet
Bij onverzadigde vetzuren kan de dubbele binding een zogenaamde cis- of transconfiguratie hebben. De cis-configuratie vertoont een Ďknikí in de keten van koolstofatomen, terwijl...

Rundvlees
Een vrouwelijk rund is een koe, een mannelijk rund is een stier. Een gecastreerde stier heet een os. Ossen werden vooral als werkdier gebruikt. Runderen zijn echte graseters...

Chocolade
Chocolade is een mengsel van cacaopoeder, cacaoboter en suiker. Rauwe cacao heeft een hoog gehalte aan flavanolen (antioxidanten), die een positief effect op de bloedvaten...

Kaas
Kaas is een zuivelproduct gemaakt van melk. Kaas levert belangrijke voedingsstoffen, maar het bevat ook veel verzadigd vet. Dit vergroot het risico op hart- en vaatziekten.

Kip en gevogelte
Kip en gevogelte zijn een onderdeel van een gezond voedingspatroon, vooral vanwege de eiwitten, vitamines en mineralen. Kip bevat in vergelijking met andere vleessoorten minder...

Palmolie
Palmolie komt uit het vruchtvlees van de palmvrucht. De olie zit bijvoorbeeld in producten als margarine, ijs, chocolade en kant-en-klaarmaaltijden. Palmolie valt onder vak...

Yoghurt
Yoghurt is een melkproduct dat bestaat uit melk en melkzuur. Melkzuur ontstaat door fermentatie. Hierbij worden melksuikers omgezet in melkzuur door melkzuurbacteriŽn. Afhankelijk...

Hart- en vaatziekten
Hart- en vaatziekten is een overkoepelende term voor verschillende ziekten aan het hart of bloedvaten. Hart- en vaatziekten zijn een belangrijke doodsoorzaak in Nederland.

OliŽn
OliŽn zijn vloeibare vetten. Ze worden gebruikt bij de bereiding van voedingsmiddelen of als ingrediŽnt. Ze zijn niet oplosbaar en lichter dan water. Daarom blijft olie drijven...

Noten
In de plantkunde is een noot een enkelvoudige dopvrucht. Dopvruchten behoren tot de droge vruchten en hebben meestal ťťn zaad, waarvan het steenachtige of houtachtige omhulsel...

Verantwoord frituren
Het beeldmerk Verantwoord frituren betekent dat de snackbar of de cafetaria met vloeibaar vet frituurt. Vloeibaar vet bevat minder transvet en verzadigd vet en is daardoor...

Vlees
Vlees past in een gezond eetpatroon, vooral vanwege de eiwitten, vitamines en mineralen. Vlees kan ook veel verzadigd vet bevatten, behalve de magere varianten. Het is niet...

Melk en melkproducten
Melk komt van melkkoeien. In Nederland zijn er al eeuwen veel boeren die koeien houden en melk leveren. Dit maakt deel uit van de Nederlandse cultuur en landschap. Van melk...

Ondergewicht
Van ondergewicht is sprake als iemand minder weegt dan goed is voor zijn gezondheid. Ondergewicht is eenvoudig vast te stellen met de Body Mass Index (BMI). Bij een uitkomst...

South Beach
Arthur Agatston is de Amerikaanse cardioloog die het South Beach-dieet heeft bedacht. Volgens hem is het in feite geen dieet, maar een manier van leven die ervoor zorgt dat...

Frituurolie
Frituurolie is olie om in te frituren. Het bestaat meestal uit plantaardige oliŽn. Frituurolie valt onder vak 4 van de Schijf van Vijf. Dit vak omvat vetten en oliŽn. Van...

Varkensvlees
Varkens worden gehouden op varkenshouderijen. In varkensvlees zitten veel eiwitten, vitamines en mineralen. Vlees, en ook varkensvlees, past in een gezond voedingspatroon,...

Montignac
Montignac verwijst naar een afvalmethode waarbij de glycemische index van koolhydraten belangrijk is. Die index zegt hoe snel het bloedsuikergehalte stijgt na het binnenkrijgen...

Diabetes type 2 (suikerziekte)
Mensen met diabetes type 2 (suikerziekte) hebben onbehandeld een te hoog bloedsuikergehalte. Door hoge bloedsuikers kunnen complicaties ontstaan, zoals hart- en vaatziekten,...

Referentie-inname
Voorop de verpakking zie je vaak een icoon dat laat zien hoeveel 1 portie van het betreffende voedingsmiddel bijdraagt aan de dagelijkse hoeveelheid energie (kcal) of voedingsstoffen.

Vinkje
Je vindt het Vinkje (voorheen: 'Voedselkeuzelogo') op meer dan 7.000 voedingsmiddelen in de winkel. Het gaat om producten waarin minder (verzadigd) vet zit, minder zout, minder...

Superfoods
Superfoods zouden door een hoog gehalte aan goede voedingsstoffen en antioxidanten allerlei positieve effecten hebben op de gezondheid.

Trefwoorden overzicht:

Azo-kleurstoffen
Azo-kleurstoffen zijn synthetische kleurstoffen. Ze zijn felgekleurd, vooral rood, oranje en geel. Ze komen voor in felgekleurd snoep, frisdranken en sommige alcoholische...

Onverzadigd vet
Onverzadigd vet is een type vet dat bekend staat om de gunstige gezondheidseffecten. Onverzadigd vet verhoogt het goede cholesterol en verlaagt het slechte cholesterol. Op...

Ornish-dieet
Het Ornish-dieet is niet bedoeld als afvaldieet, maar als dieet dat goed zou zijn voor je hart. Het bestaat uit 4 onderdelen: voeding, fitness, stressmanagement en liefde...

Atkins
Het Atkins-dieet is het bekendste koolhydraatarme dieet. Er zijn er meer, zoals het Mayo-dieet. Koolhydraatarme diŽten komen neer op een eetpatroon met veel vet en eiwit en...

Eiwitten
Eiwit is, net als koolhydraten en vet, een voedingsstof. Eiwit levert calorieŽn en aminozuren. Aminozuren zijn bouwstenen voor het eiwit in lichaamscellen. Een ander woord...

Moedermelk
Borstvoeding is de beste voeding voor babyís. Moedermelk voorziet babyís van voldoende energie en voedingsstoffen in de eerste 6 maanden. De enige uitzonderingen...

Kindermarketing
Met kindermarketing bedoelen wij reclame en promotie specifiek voor voedingsmiddelen gericht op kinderen. Kindermarketing heeft een direct effect op de kennis, voorkeuren...

Kalfsvlees
Een kalf is een nakomeling van een koe en een stier. Om een koe melk te laten geven moet ze ieder jaar een kalfje krijgen. Deze kalveren gaan voor een groot deel naar de kalverhouderij...

Sonja Bakker
De Sonja Bakker-methode is een bekende dieetvorm. Het dieet gaat uit van 3 hoofdmaaltijden met strikte menuvoorschriften en een beperkt aantal caloriearme tussendoortjes. De...

Zout
Keukenzout is het bekendste zout in de voeding. De scheikundige naam is natriumchloride (NaCl). Het mineraal natrium is belangrijk voor het regelen van de vochtbalans in het...

Hoge bloeddruk
Het hart pompt bloed in de bloedvaten door zich bij elke hartslag samen te trekken en dan weer te ontspannen. Dit geeft een bepaalde druk in de bloedvaten: de bloeddruk. De...

Voedselzandloper
De Voedselzandloper is niet bedoeld als afvaldieet. De ontwikkelaar Dr. Kris Verburgh stelt de zandloper voor als alternatief voor de Schijf van Vijf.
De hoeveelheid energie in een voedingsmiddel hangt af van de hoeveelheid vetten, koolhydraten, eiwitten en alcohol.

Koolhydraten
Koolhydraten zijn voedingsstoffen die energie leveren aan het lichaam, net als eiwitten en vetten. Koolhydraten zitten vooral in graanproducten zoals brood, rijst en pasta,...

Wet Voedselinformatie
De Europese wet Voedselinformatie stelt eisen aan welke informatie over voedingsmiddelen aan consumenten verstrekt moet worden.

Energie
Eten en drinken leveren energie die het lichaam nodig heeft om te kunnen functioneren.

De hoeveelheid energie wordt uitgedrukt in kilocalorieŽn of kilojoules. 1 kilocalorie = 4,2 kilojoules. Meestal wordt gesproken over calorieŽn.

De energiebehoefte van mannen tussen de 30 en 50 jaar met een zittend beroep en weinig beweging in de vrije tijd ligt rond de 2.500 kilocalorieŽn per dag. Vrouwen van die leeftijd met dezelfde inactieve leefstijl hebben gemiddeld 2.000 kilocalorieŽn nodig.


De hoeveelheid energie in een voedingsmiddel hangt af van de hoeveelheid vetten, koolhydraten, eiwitten en alcohol.

1 gram vet levert 9 kcal
1 gram koolhydraten levert 4 kcal
1 gram eiwit levert 4 kcal
1 gram alcohol levert 7 kcal
Water, vitamines en mineralen leveren geen calorieŽn, vezels heel weinig.

Koolhydraten
Koolhydraten zijn een belangrijke bron van energie voor het lichaam. Ze zitten vooral in graanproducten zoals brood en pasta, maar ook in aardappelen.

Het lichaam heeft koolhydraten nodig. De gezondheidsraad adviseert dat wie gezond wil eten, 40 tot 70% van zijn energie uit koolhydraten haalt.

Koolhydraten zijn voedingsstoffen die energie leveren aan het lichaam, net als eiwitten en vetten. Koolhydraten zitten vooral in graanproducten zoals brood, rijst en pasta, maar ook in aardappelen en peulvruchten.

Gezonde keuzes zijn koolhydraatbronnen die veel voedingsvezels bevatten zoals volkorenbrood, volkorenpasta, zilvervliesrijst en peulvruchten.

Als je te veel koolhydraten eet, kan dat betekenen dat je te weinig eiwitten of vetten eet. Te veel koolhydraten wil zeggen dat meer dan 70% van de calorieŽn uit koolhydraten komt. Dat is niet goed voor de gezondheid.

Als je te weinig koolhydraten eet kan dat betekenen dat je niet genoeg van alle gezonde voedingsstoffen, zoals vitamines, mineralen en vezels binnenkrijgt.

Koolhydraten worden ook wel suikers of sachariden genoemd. De naam koolhydraten verwijst naar de combinatie van koolstof en water (hydraten) Hydro is de Oudgriekse naam voor water.

Functie van koolhydraten
Koolhydraten geven het lichaam energie. Vooral voor de hersenen en rode bloedcellen zijn koolhydraten erg belangrijk. De hersenen kunnen zelfs niet zonder glucose, een soort koolhydraat.

Aanbevolen dagelijkse hoeveelheid
Volgens de Gezondheidsraad hebben we dagelijks minimaal een bepaalde hoeveelheid koolhydraten nodig. Als je te weinig koolhydraten binnenkrijgt, dan gebruikt het lichaam spiereiwit als energiebron. Dat wil je voorkomen, want dat gaat ten koste van je spieren. Bij volwassenen moet tussen 40 en 70% van alle calorieŽn uit koolhydraten komen, adviseert de Gezondheidsraad. Voor kinderen gelden iets andere getallen.

Enkelvoudig of meervoudig
Koolhydraten doen meer dan energie geven. Zo geven koolhydraten sacharose (tafel)suiker en fructose (vruchtensuiker) een zoete smaak aan de voeding. Sommige koolhydraatrijke producten bevatten voedingsvezels. Deze zijn nodig voor een goede darmwerking. Koolhydraten zijn in te delen op 2 manieren:

Enkelvoudig of meervoudig /Verteerbaar of onverteerbaar
Een koolhydraat bestaat uit een of meer suikermoleculen, de sachariden. Je kunt koolhydraten indelen naar het aantal suikermoleculen waaruit ze bestaan.
Zo onderscheiden we de volgende soorten (oplopend, van weinig naar veel sachariden):
Monosachariden
Disachariden
Oligosachariden
Polysachariden


Monosachariden zijn enkelvoudige koolhydraten, koolhydraten die bestaan uit 1 sacharide. Disachariden, oligosachariden en polysachariden zijn meervoudige koolhydraten. Deze bestaan uit meer dan 1 sacharide. De disachariden bestaan uit 2 aan elkaar verbonden sachariden.
Voorbeelden van monosachariden zijn:

Glucose, oftewel druivensuiker of dextrose
Fructose oftewel vruchtensuiker
Galactose

Glucose en fructose komen vooral voor in fruit, maar ook in honing, galactose in melkproducten. Voorbeelden van disachariden zijn:
Sacharose: glucose+fructose. Bekend als biet- of rietsuiker (de suiker die je in de winkel koopt).
Lactose: glucose+galactose. Bekend als melksuiker.
Maltose: glucose+glucose. Bekend als moutsuiker.
Oligosachariden bestaan uit 3 tot 9 verbonden suikermoleculen. Voorbeelden van oligosachariden zijn:
Fructo-oligosacharide (FOS)
Raffinose
Maltodextrines


Polysachariden bestaan uit lange ketens met glucosemoleculen. Voorbeelden van polysachariden zijn:

Zetmeel: dit zit in plantaardige materialen, bijvoorbeeld tarwe

Glycogeen: dit zit in dierlijke producten
Verteerbaar of onverteerbaar, glycemische en niet-glycemische koolhydraten
Een andere belangrijke verdeling is die tussen verteerbare en onverteerbare koolhydraten, of: glycemische en niet-glycemische koolhydraten. In voedingsmiddelen zitten verteerbare koolhydraten en niet-verteerbare koolhydraten. Verteerbare koolhydraten kan het lichaam opnemen en gebruiken als energiebron. Niet-verteerbare koolhydraten zijn voedingsvezels. Deze kan het lichaam niet opnemen. Ze vormen dus geen energiebron, maar ze zijn wel erg belangrijk voor de functie van de darmen.

Monosachariden en koolhydraten die in de dunne darm kunnen worden afgebroken tot monosachariden vallen onder de verteerbare koolhydraten.

Voorbeelden van verteerbare koolhydraten zijn:

Glucose
Fructose
Galactose
Maltose
Zetmeel


Onverteerbare koolhydraten worden niet in de dunne darm afgebroken. Ze worden gerekend tot de voedingsvezels.
Voorbeelden van de onverteerbare koolhydraten zijn:
Onverteerbaar, ofwel resistent zetmeel
Pectine en (hemi)cellulose
Betaglucanen
[b]Resistente oligosachariden
, zoals fructo-oligosacharide (FOS)

Voedingsbronnen van koolhydraten

De disacharide sacharose uit riet- en bietsuiker wordt ook wel kristalsuiker of tafelsuiker genoemd. Sacharose wordt gebruikt om eten en drinken zoeter te maken en zit veel in snoep en koek. In melk, moedermelk en melkproducten komt de disacharide lactose voor. De oligosacharide fructoseoligosacharide (FOS) zit in uien en artisjokken. De galactose-sacharose oligosacharide (GOS) met de naam raffinose komt voor in sojabonen en andere peulvruchten en knolgewassen. Deze oligosachariden wordt ook wel in gezuiverde vorm toegevoegd aan bepaalde producten om het vezelgehalte te vergroten en vanwege veronderstelde gunstige effecten op de darmfunctie (als prebiotica). Deze veronderstelde gunstige effecten zijn echter door de EFSA afgewezen. Lees meer over voedings- en gezondheidsclaims.

Belangrijke bronnen van de polysacharide zetmeel zijn: graanproducten zoals brood, rijst en pasta, knolgewassen (aardappelen) en peulvruchten. De dierlijke variant van zetmeel is glycogeen, dat aanwezig is in (orgaan)vlees.

Gezonde keuzes zijn koolhydraatbronnen die veel voedingsvezels bevatten zoals volkorenbrood, volkorenpasta, zilvervliesrijst en peulvruchten.
Daarnaast zitten er in deze voedingsmiddelen B- vitamines en belangrijke mineralen, zoals ijzer, magnesium, chroom en zink. De zogenaamde suikeralcoholen of polyolen zoals sorbitol en xylitol zijn eigenlijk ook koolhydraten. Deze verbindingen komen niet of bijna niet voor in eten of drinken. Ze worden soms als zoetstof toegevoegd aan producten.

Spijsvertering
Hoe worden koolhydraten verteerd door het lichaam? Enzymen in speeksel (amylase) en in de dunne darm breken koolhydraten af tot monosachariden.

Hoe snel polysachariden zoals zetmeel worden verteerd, hangt af van hun opbouw. Op de darmwand zitten enzymen die de disachariden splitsen tot monosachariden. Deze worden vervolgens door de darmcellen opgenomen en via de bloedbaan vervoerd door het lichaam. Zetmeel bestaat uit glucoseketens die veel of weinig vertakkingen kunnen hebben. Hoe minder vertakte ketens in zetmeel voorkomen, hoe langzamer en slechter het in de darm verteerd kan worden.

Sommige zetmeelsoorten zijn zo opgebouwd dat de verteringsenzymen ze niet kunnen afbreken. Zetmeel dat slecht of niet meer door de darm verteerd kan worden wordt ook wel resistent zetmeel (resistant starch) genoemd. De opbouw van zetmeel kan ook veranderen met de bereiding van een product. Bijvoorbeeld: als gekookte aardappelen afkoelen, verandert een deel van het zetmeel in die aardappelen zo dat het niet meer of moeilijker kan worden afgebroken en verteerd. Dat heet retrogradatie. De glucose uit dit zetmeel komt dan ook nauwelijks in het bloed terecht.

Monosachariden in de voeding kunnen meteen in de bloedbaan worden opgenomen. De monosacharide fructose, die bijvoorbeeld in fruitsap zit, wordt wat minder goed opgenomen dan glucose.

Sommige mensen krijgen als ze meer dan 50 gram fructose binnenkrijgen darmproblemen, zoals een opgeblazen gevoel en dunne ontlasting. Dit komt vooral voor bij jonge kinderen die te veel appelsap drinken. Dit sap bevat relatief veel fructose, namelijk ongeveer 5 gram per 100 milliliter.

Glucose
Na de vertering komen de koolhydraten voornamelijk als glucose in het bloed. De glucose wordt vervolgens snel opgenomen door de weefsels die het kunnen verbranden. Hierbij ontstaat energie die nodig is voor bepaalde lichaamsfuncties. Glucose kan ook tijdelijk als glycogeen in de lever en spieren worden opgeslagen. Zo wordt een voorraad glucose opgebouwd. Die kan van pas komen als je snel energie nodig hebt, bijvoorbeeld bij een grote inspanning.

Bloedsuikergehalte
Al vrij snel na het eten van een maaltijd met koolhydraten begint het bloedsuiker(glucose)gehalte te stijgen. Bij gezonde personen gaat deze stijging door tot ongeveer 1 tot 2 uur na de maaltijd. Daarna neemt het gehalte weer af. Dat laatste komt door het hormoon insuline uit de alvleesklier. Er komt insuline in het bloed als het bloedsuikergehalte begint te stijgen. De insuline zorgt ervoor dat glucose snel door de weefsels wordt opgenomen. Het bloedsuikergehalte blijft echter niet steeds maar afnemen. Als het bloedsuikergehalte onder een bepaalde grens komt, komt uit de alvleesklier een ander hormoon: glucagon. Hierdoor stijgt het bloedsuikergehalte weer tot het normale niveau.

Bij gezonde personen wordt de laagste bloedsuikerwaarde bereikt ongeveer 3 uur na de maaltijd. Dankzij de beide hormonen insuline en glucagon wordt het bloedsuikergehalte dus binnen grenzen gehouden (ongeveer tussen de 4,0 en 7,0 mmol/l). Dit is erg belangrijk omdat een te laag (hypoglycemie) en een te hoog (hyperglycemie) bloedsuikergehalte schadelijk zijn voor het lichaam. Bij een tekort aan glucose maakt het lichaam glucose uit aminozuren (eiwit) of uit glycerol (vet). Daarbij zijn vooral de hormonen groeihormoon en de stresshormonen adrenaline en cortisol betrokken. Dit alles vindt voornamelijk plaats in de lever. Lees meer over de glycemische index.

Omzetting in vet
Het lichaam kan maar weinig glucose opslaan. Daarom worden de koolhydraten uit het eten en drinken vooral verbrand. Als je veel koolhydraten eet en als je daarnaast meer calorieŽn binnenkrijgt dan je verbruikt, haalt het lichaam vooral energie uit koolhydraten en slaat het lichaam vooral het vet uit de voeding op. Te veel calorieŽn, of dit nou uit koolhydraten, vetten, of eiwitten komt, leidt altijd tot een toename in lichaamsvet. Iemand met normale eetgewoontes krijgt net zoveel calorieŽn binnen als hij verbruikt. Dit heet een stabiele energiebalans. Een heel klein deel van de glucose wordt niet verbrand of opgeslagen, maar omgezet in vet (triglyceriden). Bij gezonde personen is dit ongeveer 1 tot 3%.

Consumptiecijfers

Nederlanders halen gemiddeld ongeveer 43-50% van hun calorieŽn uit koolhydraten, waarvan de helft uit mono- en disachariden komt. Nederlanders halen de meeste mono- en disachariden uit:

Niet-alcoholische dranken
Suiker of snoep
Zuivel
Nederlanders halen de meeste polysachariden uit:
Brood en graanproducten
Aardappelen
Deze gegevens komen uit de Voedselconsumptiepeiling 2011.


Gezondheidseffecten
Het is niet goed als je helemaal geen koolhydraten binnenkrijgt. Dan moet het lichaam namelijk spierweefsel gaan gebruiken om aan voldoende glucose te komen. Als je te veel koolhydraten eet, kan dat betekenen dat je te weinig eiwitten of vetten eet. Te veel koolhydraten wil zeggen dat meer dan 70% van de calorieŽn in je voeding uit koolhydraten komt.

De normale, gevarieerde koolhydrateninname in Nederland veroorzaakt geen risico op chronische ziekte. Chronische ziekten zijn bijvoorbeeld diabetes, hart- en vaatziekten en kanker.

Hart- en vaatziekten
Een koolhydraatrijke voeding kan een ongunstig effect hebben op het triglyceridengehalte (een vetachtige stof in het bloed) en op het goede HDL- cholesterol in het bloed. De kans op hart- en vaatziekten wordt daardoor groter.

Het risico op het ontstaan van hart- en vaatziekten hangt niet alleen af van de hoeveelheid en de soort koolhydraten, maar ook van de hoeveelheid verzadigd vet en onverzadigd vet die iemand op een dag binnenkrijgt. Als in de voeding veel fructose zit (meer dan circa 50 gram), dan kunnen uit fructose glycerol en vetzuren worden gevormd. De ontstane triglyceriden verschijnen in de bloedbaan. Fructose is onder andere aanwezig in fruit en vruchtensappen. De hoeveelheden fructose die normaal in fruit voorkomen dragen nauwelijks bij aan een verhoging van triglyceriden en het risico op hart- en vaatziekten.

Er is onvoldoende bewijs dat een voeding met een lage glycemische index (GI) een beschermend effect heeft op het risico op hart- en vaatziekten. De studies die tot nu bekend zijn, zijn relatief kortdurend en onvoldoende gecontroleerd. Daarom kan nog geen duidelijk advies worden gegeven over voeding met een lage glycemische index.

Diabetes type 2
De hoeveelheid koolhydraten die je binnenkrijgt, vergroot of verkleint niet het risico op diabetes type 2. Ook is er onvoldoende bewijs dat een voeding met veel koolhydraten de gevoeligheid voor insuline verbetert. Een betere insulinegevoeligheid is goed om het glucosegehalte in het bloed te kunnen regelen. Er is ook geen bewijs dat een voeding met een lage glycemische index (GI) het risico op diabetes type 2 verlaagt. Soms leggen mensen wel een verband tussen een lage GI en een laag risico op diabetes type 2. Dat heeft dan te maken met voedingsvezel. Een voeding met veel voedingvezel heeft vrijwel altijd een lage GI. Onderzoek heeft aangetoond dat mensen die veel vezels eten een kleinere kans op diabetes type 2 hebben. Omdat voeding met veel vezels altijd een lage GI heeft, is het niet te onderzoeken of het beschermende effect komt door de lage GI of door de vezels.

Overgewicht
Of veel koolhydraten wel of juist geen overgewicht veroorzaken, is al lange tijd onderwerp van discussie. Er zijn tegenstrijdige onderzoeksresultaten bekend. Dat geldt ook voor het verband tussen de soort koolhydraten (mono- en disachariden versus polysachariden) en overgewicht. De Gezondheidsraad en de World Health Organization (WHO) zeggen dat er geen bewijs is voor een verband tussen de hoeveelheid koolhydraten in de voeding en de kans op overgewicht. Het is wel belangrijk dat het aantal calorieŽn dat je binnenkrijgt, hetzelfde is als het aantal dat je verbruikt. Een gram koolhydraten levert 4 kilocalorieŽn: dat is minder dan vet (9 kilocalorieŽn) en evenveel als eiwit.

Wel zitten in producten met toegevoegde suikers vaak veel calorieŽn, terwijl ze meestal weinig vitamines en mineralen leveren.Verder bestaan sterke aanwijzingen dat dranken met veel (toegevoegde) suiker, zoals frisdrank, de kans op overgewicht vergroten. Deze dranken zorgen voor een minder 'vol gevoel' dan 'vast' voedsel. Zonder het te merken kun je daardoor veel calorieŽn binnenkrijgen. In de Richtlijnen goede voeding van de Gezondheidsraad (2006) zegt de Gezondheidsraad dat mensen zo min mogelijk producten met toegevoegde suikers moeten gebruiken om overgewicht te vermijden.

Het is belangrijk voeding met koolhydraten te kiezen die veel voedingsstoffen en veel voedingsvezel bevat. Het is verder aan te raden om te kiezen voor water, koffie en thee zonder suiker, of voor light frisdrank of light limonade om overgewicht te voorkomen.

Tandproblemen
Toen er nog geen fluoride in tandpasta zat, leidde het binnenkrijgen van koolhydraten duidelijk tot gaatjes. Dat gebeurde vooral bij de disacharide sacharose (tafelsuiker). BacteriŽn in de mond zetten suikers namelijk om in zuur. Dat zuur is slecht voor het tandglazuur en het tandweefsel en leidt tot gaatjes. Door fluoride in de tandpasta komt dit minder voor.De hoeveelheid suiker die je eet, zegt op zichzelf niet zoveel over mogelijk tandbederf. Belangrijker is hoe vaak je iets eet of drinkt. Dit komt door de zuurstoot (pH-daling) die elke keer als je iets eet of drinkt optreedt in de mond. Om tandbederf te voorkomen, kun je het best niet vaker dan vier keer per dag iets eten of drinken buiten de drie hoofdmaaltijden om.

Gedrag
De gedachte dat suiker invloed heeft op gedrag is al oud. Deze effecten zouden te maken hebben met de veranderingen in het bloedsuikergehalte. Maar nog altijd is er veel discussie over. Er zouden betere prestaties en beter gedrag volgen op een stijging van het bloedsuikergehalte en omgekeerd slechtere prestaties en slechter gedrag bij een lager gehalte. Ook wordt de relatie gelegd met hyperactiviteit en ADHD bij kinderen. Al deze verbanden zijn nooit bewezen. Cognitie en gedrag hangt van veel meer factoren af dan voeding, laat staan koolhydraten alleen. Bewijzen voor de samenhang tussen koolhydraten en cognitie zijn moeilijk te vinden.

Sport en inspanning
Koolhydraten zijn vooral belangrijk als energieleverancier. Bij een korte inspanning speelt glucose een grote rol. Glucose is een snel beschikbare energiebron voor korte inspanningen met hoge intensiteit, omdat het ook zonder zuurstof (anaŽroob) verbrand kan worden. Omdat glucose op deze manier niet verder wordt afgebroken dan tot lactaat (melkzuur), kan verzuring ontstaan. Verzuring voelt als spierpijn.

Een goede koolhydraatinname is bij langdurige inspanning van groot belang. Een koolhydraatrijke voeding (60 tot 70%) zorgt voor een optimale glycogeenvoorraad in de spier en de lever.In het algemeen geldt dat koolhydraten effectiever zijn voor prestaties dan vetten, omdat voor de verbranding van koolhydraten minder zuurstof nodig is. De voorraad koolhydraat in de vorm van glycogeen in het lichaam is echter beperkt. Bij langdurige inspanning moet het lichaam daarom al snel vetten gaan gebruiken.

Door training kunnen de spieren leren op een optimale manier met het glycogeen om te gaan. Het lichaam kan per uur maximaal 60-70 gram koolhydraten verbranden.

Voor sportdranken is het daarom belangrijk dat de maximale hoeveelheid meervoudige suikers, als sacharose, maltodextrine en zetmeel niet hoger is dan 100 gram/liter. Voor enkelvoudige suikers zoals glucose is dit maximaal 55 gram/liter. Dranken die meer koolhydraten bevatten, veroorzaken maagproblemen.

Na langdurige inspanning is het gebruik van goed verteerbare koolhydraatrijke producten van belang om de glycogeenvoorraden in de spieren weer op peil te brengen. Dit kan het best in de eerste uren na inspanning.

Voedingsadvies
Het is het gezondst als per dag tussen de 40 en 70% van alle calorieŽn in je voeding uit koolhydraten komen. De rest van de calorieŽn komt dan uit vetten en eiwitten.

Als meer dan 70% van alle calorieŽn uit koolhydraten komt, kan dat duiden op een tekort aan vetten en eiwitten. Dat is niet goed voor de gezondheid, want vetten en eiwitten zijn nodig: voor energie, de lichaamscellen en spieren. Hoewel vetten en eiwitten ook energie leveren is het niet goed te weinig koolhydraten te eten, omdat dan de spieren, ofwel spiereiwitten, moeten worden afgebroken om aan glucose te komen.

Een voeding met weinig koolhydraten is vaak erg populair, zoals het Dr. Frankdieet. Maar het nadeel van zoín voeding is dat er niet genoeg van alle gezonde voedingsstoffen, zoals vitamines, mineralen en vezels in zit.

Waar onderzoekers het ook over eens zijn, is dat de kans op gaatjes in tanden of kiezen groter wordt als je veel en vaak eten en drinken met suiker neemt. Daarom adviseert het Voedingscentrum het aantal eetmomenten tot maximaal 7 te beperken. Dit betekent maximaal 4 keer iets tussendoor, naast de 3 hoofdmaaltijden.

In de Richtlijnen goede voeding van de Gezondheidsraad (2006) staat dat mensen zo min mogelijk producten met toegevoegde suikers moeten gebruiken, om overgewicht te vermijden. De Gezondheidsraad constateert dat te weinig bewijs bestaat om aparte hoeveelheden voor mono-, di- en polysachariden op te stellen. Er is dus alleen een advies voor koolhydraten als geheel.

Sommige buitenlandse organisaties geven wťl aparte hoeveelheden voor mono-, di- en polysachariden. Zo adviseert het Amerikaanse Institute of Medicine om minder dan 25% van de calorieŽn op een dag uit toegevoegde suikers te halen. De World Health Organization (WHO) zegt dat mensen minder dan 10% van de calorieŽn op een dag moeten halen uit mono- en disachariden. Ook de Scandinavische Nordic aanbevelingen zeggen dit.

Tabel: De aanbevolen hoeveelheid koolhydraten

(leeftijds)groep aanbevolen hoeveelheid (als percentage van alle calorieŽn op een dag)
0 t/m 5 maanden 45
6 t/m 11 maanden 50
1 t/m 3 jaar 45
4 t/m 8 jaar 45
9 t/m 13 jaar 45
14 t/m 18 jaar 40
19 t/m 30 jaar 40
31 t/m 50 jaar 40
51 t/m 70 jaar 40
> 70 jaar 40
Zwangere vrouwen 40
Vrouwen die borstvoeding geven 40

www.voedingscentrum.nl


Toevallig zei mijn dieetist dat vlgs de dietisten vereniging de stelling achterhaald is.
Misschien ten overvloedde maar vond het toch wel zinvol,kreeg het net in mijn mail box
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privť bericht BerichtGeplaatst: do 20 aug 2015 19:32    
Vrouw Weeggegevens   Flying Missy
Weegclubfan voor het leven
Weegclubfan voor het leven


Geregistreerd op: 4-1-2013
Berichten: 27412
Dieet: EKPW / Dr. Frank
Woonplaats: Almere


  Reageer met quote
Ik denk persoonlijk dat de informatie van het Voedingscentrum niet van de meest recente kennis uitgaat. Lach Margarine eten? Echt niet!!! Ik eet liever natuurlijk dan uit de chemische fabriek hoor. Lachen Dus gewoon roomboter.

Lees dan ook deze eens:
http://gelderland.westonprice.nl/voeding-mythes-en-waarheden/

Niet alles wat je leest en vind op internet is ook echt 100% waar...........
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privť bericht BerichtGeplaatst: vr 21 aug 2015 1:08    
Berichten van afgelopen:   
Plaats reactie Tijden zijn in GMT + 1 uur
Pagina 1 van 1